Het huishouden van de Blaauwtjes.

Ik heb op dit medium al vaker aangegeven dat ik niet echt handig ben. Dat is niet zo erg, ik kan een paar dingen goed, een paar dingen redelijk en er zijn zaken waar ik gewoon met mijn fikken af moet blijven. Zo moet ik eigenlijk gewoon niet proberen iets te repareren, bouwen of op te hangen, maar soms ontkom je er niet aan.

In ons huis hangen rookmelders. Ik heb in mijn hele leven nog nooit nergens geen rookmelders gehad en dat had gezien mijn stoomgewoontes tussen 1982 en 2000 ook een hels kabaal opgeleverd maar hier hingen ze al en waarom zou je ze weghalen? Intussen is Jeanette er ook erg aan gewend geraakt en heeft ze er een veilig gevoel bij, dus oké.

Als het batterijtje leeg raakt meldt zo’n ding dat ook even, middels een luide piep elke paar minuten die na verloop van tijd behoorlijk op je zenuwen gaat werken kan ik je vertellen. PIEP…PIEP…PIEP…En uiteraard was dit gisteren het geval. Ik was voor de zesde dag op rij aan het werk en Jeanette werkte thuis. Tenminste, dat was het plan maar het indringende gepiep van dat snotapparaat maakte het onmogelijk. Ze slaagde er in het ding te openen en het batterijtje te verwijderen maar het gepiep bleef. PIEP…PIEP…PIEP… Een nieuwe batterij erin bleek ook niet te helpen. PIEP…PIEP…PIEP… Heel gek.

Toen ik thuiskwam was Jeanette de wanhoop nabij. Om een indruk te geven van onze conditie; we zijn beiden ZZP-er en zo tegen de vakantie zijn er altijd een hoop dingen die nog even af moeten dus we werken ons momenteel de tandjes. Sjaan maakt alweer heel veel extra uurtjes per week, gaat ’s avonds en in de weekends door als ik weg ben en is redelijk opperdepop. Ik was zes dagen op rij de deur uit voor optredens, reizen, sjouwen, opbouwen, afbreken, uiteraard spelen, tussendoor thuis extra oefenen en oh ja, we wilden toch ook nog wel even de tuin netjes hebben voor de zomer. Zodoende kwam ik als een bejaarde invalide met een pijnlijke rug, arm, knieën en voeten en het denkvermogen van een garnaal thuis aangesjokt om daar mijn lieve vrouw in een vergelijkbare staat aan te treffen, met daarbij de irritatie van een dag lang PIEP…PIEP…PIEP… Dus daar moest dringend iets aan gebeuren maar eerst was er nog dringender behoefte aan even zitten, een warme maaltijd en vooral een welverdiend wijntje daarbij.

Dat hakte er natuurlijk lekker in allemaal dus was het daarna een nog grotere uitdaging om het piepkreng te laten stoppen. Enfin, ik pakte de trapleer en de gereedschapskist en wist deze met enige moeite de trap op te krijgen om dit varkentje eens even goed te gaan wassen. Trapleer naast het trapgat en met gevaar voor eigen leven de situatie gaan bestuderen. Hierbij viel vrij snel op dat er geen schroeven te zien waren, dus hoe zat het ding dan vast? Jeanette ook kijken en ook geen schroeven zien dus uiteindelijk maar een schroevendraaier tussen rookmelder en plafond gezet en wrikken. Dit bleek een goede zet want hij bleek met dubbelzijdig plakband vast te zitten.

Maar hij piepte nog steeds! Intussen waren we er allebei zo doodziek van dat we nog maar één oplossing zagen: In mijn stoerste paarse kamerjas nam ik het ding mee naar de tuin en sloeg hem met een hamer in duizend stukjes. Dat zal hem leren, met zijn k*t gepiep. We hadden er schik in en Jeanette heeft het gefilmd en dat was het. Nu naar bed en van onze welverdiende rust genieten.

Echter, toen we boven aankwamen werd het intussen wel heel erg Twighlight Zone. PIEP…PIEP…PIEP…

Jeanette keek me aan of ze een geest had gezien. De geest van de doodgeknuppelde rookmelder… En toen bedacht ik me dat we ook nog zo’n ding op zolder hebben hangen. Veiligheid voor alles tenslotte. Met de Eega in het kielzog beklom ik de trap naar een steeds luider wordend gepiep. Dit was het al die tijd al geweest, onze kwelgeest en we hadden een volslagen onschuldig apparaat naar de eeuwige brandhaarden gemept. Een vergis-moord. Daar staan volgens mij behoorlijke straffen op tegenwoordig.

Ik moet er mijn fikken vanaf blijven.